Filterwoorden scheppen onnodig afstand tussen de lezer en de gevoelens van de personages. Ze leggen als het ware een filter over de ervaring van het personage, waardoor de intensiteit van de leesbeleving verzwakt. Voorbeelden van filterwoorden zijn: zien, horen, voelen, ruiken, denken, aanraken, zich afvragen, zich realiseren, kijken, lijken, beslissen, klinken.

Met filterwoorden:
Vera voelde een steek in haar maag toen ze zich realiseerde dat ze haar handtas in het café aan de overkant was vergeten. Ze zag voorbijrijdende auto’s. Ze hoorde het ongeduldige toeteren en vroeg zich af hoe ze snel de drukke weg kon oversteken, voordat iemand haar tas stal. Maar het verkeer leek ondoordringbaar en ze besloot om naar het kruispunt aan het einde van de straat te rennen.

Zonder filterwoorden:
Vera’s maag kromp ineen. Ze was haar tas in het café aan de overkant vergeten. Auto’s reden voorbij, toeterden ongeduldig. Kon ze de weg oversteken voordat iemand haar tas zou stelen? Ze rende langs de ondoordringbare verkeersstroom naar het kruispunt aan het einde van de straat.